
Wat ze ook gemeen hebben is dat historisch onderzoek hun betekenis sindsdien heeft gerelativeerd. Kenau Hasselaer dankt haar faam vooral aan het verhaal dat ze tijdens het beleg van Haarlem in 1572 en 1573 zou hebben meegevochten tegen de Spanjaarden. Tegenwoordig wordt ernstig betwijfeld of dat wel waar is. Dat Kenau strijdbaar was staat overigens nog fier overeind. Ze heeft tijdens haar leven vele processen uitgevochten, onder andere tegen het Haarlemse stadsbestuur dat weigerde haar een schuld terug te betalen.
Voedsel- en belastingoproeren
Van Kaat Mossel staat wel vast dat ze een aandeel heeft gehad in de orangistische opstootjes van 1784. Maar hoe groot dat aandeel is geweest, blijft een open vraag. Kleiner waarschijnlijk dan haar tegenstanders in hun pamfletten en schotschriften wilden doen geloven. Aan de andere kant was het indertijd niet ongewoon dat vrouwen het voortouw namen bij protesten. In de 17de en 18de eeuw waren er geregeld voedsel- en belastingoproeren. Heel vaak traden vis- of fruitverkoopsters daarbij op als leiders. Deze verkoopsters waren als geen ander in de gelegenheid om andere vrouwen te mobiliseren. Als keurvrouw kende Kaat Mossel bijvoorbeeld ongeveer honderd vrouwelijke mosselventsters.
Strijd der seksen
Wat ook een rol speelde was dat in de achttiende eeuw alles draaide om de buurt. Het leven daar werd gedomineerd door vrouwen, dus op het moment dat er iets aan de hand was, konden zij via hun sociale contacten makkelijk een menigte op de been brengen. De patriotten vormden daarentegen een echte mannenwereld. Zij organiseerden zich in genootschappen, vrijkorpsen en clubs, waar voor vrouwen geen plaats was. In die zin was het conflict van 1784 ook een strijd der seksen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten