dinsdag 20 oktober 2009

Vers motte ze weze, die mosseltjes

mevr Dimitriou-Bleijenberg, gemeentearchivaris Jantje Steenhuis en Marguerite DimitriouDe jongste nakomeling van Kaat Mossel in vrouwelijke lijn heet Johanna. Ze is anderhalf jaar oud en woont in Athene. Ze ontbrak gisteren op de bijeenkomst in het stadhuis. Eigenlijk viel ze ook buiten ons onderzoek. Dat beperkte zich tot nazaten in vrouwelijke lijn die in Rotterdam zijn geboren. Dat hebben we gedaan omdat het anders veel te omvangrijk zou worden.

Johanna’s oma en tante voldeden wel aan onze criteria. Mevrouw Johanna Catharina Dimitriou-Bleijenberg (1936) en haar dochter Marguerite S. Dimitriou (1972) waren gisteravond dan ook de hoofdgasten op de bijeenkomst, waar we het resultaat van het onderzoek naar ‘dochters van Kaat Mossel’ bekendmaakten. Behalve deze twee vrouwen, waren nog zo’n 10 andere ‘dochters’ en een aantal ‘zonen’ aanwezig.

Allemaal van kinderen van Trijntje
de dochters van Kaat MosselMevrouw Dimitriou en haar dochters stammen af van Kaat Mossels middelste dochter Trijntje (1759-1833), en haar echtgenoot Cornelis Baljon (1743-1829). Opvallend was dat bijna alle aanwezige ‘dochters’ uit deze tak van de familie komen. De meeste echter via de mannelijke lijn. Zeven vrouwen vrouwen dragen namelijk de achternaam Baljon. Ze kenden elkaar overigens nog niet.

Mevrouw Dimitriou-Bleijenberg vertelde dat ze verrast was toen ze hoorde dat ze van Kaat Mossel afstamt. Het gerucht ging wel in de familie, maar het was nooit uitgezocht. ‘Ik ben er wel trots op’, aldus mevrouw Dimitriou. Bij een aantal andere aanwezigen was het wel bekend. Zij hadden zelf hun stamboom uitgezocht, zoals Gerry Molendijk - overigens ook een nazaat van Trijntje. Anderen wisten het omdat een familielid genealogisch onderzoek had gedaan, zoals bij de familie Van Baardewijk.

Verwelkomd door Kaat Mossel zelf
de familie van BaardewijkTijdens de bijeenkomst in het Rotterdamse stadhuis werden de nakomelingen verwelkomd door Kaat Mossel zelf (gespeeld door Joke van Eijk van Het Lage Licht). Ze kregen van haar een oranje strikje opgespeld. ‘Hoef je ook niet meer bang te zijn dat het woeste canaille je straks in de Rotte gooit’. Vervolgens stak ze een monoloog af over hoe onheus ze was behandeld over ‘die hoge heren, die zich patriotten noemen’. Tussendoor gaf ze nog wat handige tips voor de bereiding van schelpdieren. ‘Vers motte ze weze, die mosseltjes. En nooit te lang koken. Dan krijg je van die taaie gummiballen.’

Aan het eind kregen alle ‘dochters’ een mapje met reproducties van prenten van Kaat Mossel uit de collectie van het gemeentearchief. Nadat ze ook nog even met Kaat op de foto waren gegaan, was het tijd voor oranjebitter en gebakken mosselen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen